Beginselen


  • Connector.

    Lichaam = ademhaling = geest

    In onze yogaoefeningen concentreren wij ons op ons lichaam, onze adem en onze geest (gedachten) >> Lees verder

  • Connector.

    De wervelkolom dient als referentie voor het rangschikken van de yogahoudingen (āsana)

    De rangschikking van āsana-s steunt op de houding van de wervelkolom en op de invloed van de beweging en ademhaling op de wervelkolom. >> Lees verder

  • Connector.

    Oefenen gebeurt binnen de grenzen van de eigen mogelijkheden

    Wij oefenen binnen de perken van onze mogelijkheden. Yoga is geen wit product dat op dezelfde manier goed is voor alles en iedereen. >> Lees verder

  • Connector.

    De graduele vooruitgang van de student wordt begeleid

    Wanneer de houdingen op een progressieve wijze ingeoefend worden, bereikt de yogi gradueel meer vastheid, alertheid en bovenal meer comfort in de houding. >> Lees verder

  • Connector.

    Elke yogasessie dient zorgvuldig en met kennis van zaken gestructureerd te worden

    Normaal worden de houdingen in de volgende volgorde beoefend: rechtopstaande opwarmingsoefeningen, oefeningen in rugligging, omgekeerde houdingen, oefeningen in buikligging, oefeningen in zittende of geknielde houding, een rusthouding in rugligging en ademhalingsoefeningen die normaal gezien zittend uitgevoerd worden. >> Lees verder


Lichaam = ademhaling = geest


In onze yoga-oefeningen concentreren wij ons op ons lichaam, onze adem en onze geest (gedachten). Hoewel het voor lichaam, adem en geest theoretisch mogelijk is om apart en onafhankelijk van elkaar te functioneren, is het doel van yoga hun werking op elkaar af te stemmen. In normale omstandigheden zijn wij ons niet bewust van onze ademhaling. Als wij verstrooid zijn, verliezen wij er onze controle over. Enkel door lichaam, adem en geest in hun actie samen te brengen, bereiken wij de ware kwaliteit van āsana. De eerste stap van onze yogapraktijk bestaat er in bewust adem en lichaam met elkaar te linken.

De regel voor het linken van ademhaling en lichaamsbeweging is in wezen eenvoudig: als wij het lichaam buigen, ademen we uit en wanneer wij het lichaam oprichten, ademen wij in. Denk aan het knipmes: het openen is inademen, het sluiten is uitademen. De lengte van de adem bepaalt de snelheid van de beweging. De integratie van ademhaling en lichaamsbeweging wordt na verloop van tijd heel natuurlijk.

houding1

een voorwaartse beweging op een uitademing (links)

een achterwaartse beweging op een inademing (rechts)

Opdat wij onze beweging en ademhaling op elkaar zouden kunnen afstemmen, moeten wij aandachtig zijn. Terwijl wij een houding oefenen, richten wij onze aandacht op het centrale punt van de ademhalingsbeweging. Zo beweegt het lichaam zich bij de inademing van de borstkas naar de buik, en bij de uitademing gebeurt de actie vooral in de buik. Onze aandacht is op deze bewegingen gericht. Wie dit beheerst, kan zijn aandacht op elke soort van activiteit richten.

De wervelkolom dient als referentie voor het rangschikken van de yogahoudingen (āsana)


De rangschikking van āsana-s steunt op de houding van de wervelkolom, en op de invloed van de beweging en houding op de wervelkolom. Zij houdt ook rekening met de invloed van de ademhaling op de wervelkolom.

Er zijn houdingen waarin de rug recht is, gebaseerd op een correct alignement van de wervelkolom. De bewegingen van de romp gaan naar de benen toe of er van weg. In andere gevallen beweegt de romp zijwaarts, zowel naar links als naar rechts, of draait zij rond een gefixeerd punt (meestal het bekken). Ten slotte wordt de romp soms in een omgekeerde positie geplaatst.

De oefeningen worden uitgevoerd in rechtopstaande, liggende positie op de rug of op de buik, en in zittende houding. Soms staat het lichaam in een omgekeerde houding.

houding2

 

Oefenen gebeurt binnen de eigen mogelijkheden


Wij oefenen binnen de perken van onze mogelijkheden

Iedereen, jong of oud, gezond of ziek, sterk of zwak, kan yoga beoefenen. Yoga moet aangepast worden aan ons, niet omgekeerd. Niet de vorm maar de functie van de oefening is belangrijk, volgens de behoeften en mogelijkheden van de beoefenaar. Dit is de reden waarom yoga traditioneel op individuele basis onderwezen werd.

Het aanpassen van de houdingen is in vele gevallen noodzakelijk: wanneer de klassieke houding niet kan uitgevoerd worden, wanneer dat niet wenselijk is, wanneer de houding pijn veroorzaakt in een gevoelige zone enzovoort. Wij gebruiken ook hulpmiddelen of toestellen, zoals een muur, een stoel of een kussen.

houding3

Voorbeelden

• Stijve benen mogen gebogen worden; een stoel kan als steun dienen.

• Een zwangere vrouw kan de benen van elkaar weg, leggen.

• Om de bovenrug achterwaarts te buigen, kunnen de handen steunen op een stoel.

• Een muur als steun voor de benen.

• De variatiemogelijkheden zijn eindeloos.

 

De graduele vooruitgang van de student wordt begeleid


Wanneer de houdingen op een progressieve wijze ingeoefend worden, bereikt de yogi gradueel meer vastheid, alertheid en bovenal meer comfort in de houding.

Eerst worden de āsana-s dynamisch beoefend, later worden de statische posities ingevoerd.

Voorbeeld: eerst 4x dynamisch

dan 6x dynamisch

en 8x dynamisch

ten slotte 4x dynamisch + 4 ademhalingen in de houding blijven

houding4

 

Elke yogasessie dient zorgvuldig en met kennis van zaken gestructureerd te worden


Zie de voorbeelden van yogalessen verder op de website.

Normaal worden de houdingen in de volgende volgorde beoefend: rechtopstaande opwarmingsoefeningen, oefeningen in rugligging, omgekeerde houdingen, oefeningen in buikligging, oefeningen in zittende of geknielde houding, een rusthouding in rugligging en ademhalingsoefeningen die normaal gezien zittend worden gedaan. We laten hierbij buiten beschouwing: het voorbereiden van veeleisende houdingen, de compenserende houdingen en de rustpauzes.

Compenserende houdingen worden uitgevoerd om het lichaam in zijn normale schikking terug te brengen en om er voor te zorgen dat geen spanningen worden meegedragen in de volgende houdingen en in de dagelijkse bezigheden.

 

De compenserende of tegen-houding van de achterwaartse buiging is de voorwaartse.

houding5

Andere principes die de constructie van een yogales beheersen:

Een yogales telt drie fases: de inleidende of voorbereidende fase, de centrale fase en de afsluitende fase

De wenselijkheid van een overgangsoefening tussen de fases

Rustpauzes tussen twee houdingen

De voorbereiding van een houding

Enzoverder